Sunday, 28 June 2009

Trondheim & Lofoten

















Nu in Bergen de straatverlichting pas om middernacht aanfloept, is het moment gekomen om wat te vertellen over mijn reisje naar Lofoten eind mei. In de dagen vlak daarvoor echter, ben ik afgezakt naar Trondheim. En terwijl mijn promotor eveneens in Trondheim op een congres de grote lijnen van mijn onderzoek poogde uit te leggen aan olie-en gasmensen en beleidsmakers, mocht ik in het kader van een samenwerkingsproject met de unief daar (het NTNU) twee dagen samenwerken met mijn Chinese doctoraatscollega.
Trondheim is Noorwegens 3e grootste stad met een duizelingwekkende 160000 inwoners, maar ondanks het eerder bescheiden bevolkingsaantal, is het best een aardig plekje om te toeven. Naast de beste voetbalploeg van ’t land (Rosenborg BK, dit seizoen losjes op weg naar de titel na wat mindere seizoenen), kan je er ook een vrij indrukwekkende kathedraal bekijken, een aan Girona doen denkend uitzicht met gekleurde houten pakhuizen langs de rivieroevers, talloze kleine kronkelende straatjes, en een erg stijlvol hoofdgebouw van de unief, volledig in stijl van de meer elitaire angelsaskische universiteiten. Het NTNU is eveneens de plaats waar Lars Onsager (de befaame Noorse fysisch chemicus en Nobelprijswinnaar) zijn wetenschappelijke carrière begon, en dat zullen bezoekers geweten hebben. Om elke hoek in hun splinternieuwe gebouw voor natuurwetenschappen hangt wel iets over hem.

Maar het echte hoogtepunt was natuurlijk het reisje richting Lofoten, een noordelijke eilandengroep voor de kust van Noorwegen. We (=een internationaal gezelschap van 3 Slovenen, 2 Duitsers, 1 Spaanse en mijzelf) vertrokken per trein op de nationale feestdag, want dat was door de lage vraag het goedkoopste. Haast belachelijk goedkoop. Een luttele 30 euro voor 25 uur sporen. Dat noem ik waar voor je geld. 25 uur sporen dus, want Lofoten ligt nogal ver noordelijk, een eindje noordelijker dan de poolcirkel zelve. Een andere reden is ook dat je ellenlange omwegen maakt via Oslo en Trondheim, en dat je na Trondheim met een vooroorlogs treinstel op alle plaatsen stopt waar ook maar enige sprake van beschaving is. Tot mijn grote genoegen bracht ik het merendeel van de rit al slapend door, door gretig gebruik te maken van het deken en kussen dat we op de nachttrein van Oslo naar Trondheim hadden gekregen. Op de eindbestemming van onze eindeloze maar uiteindelijk verkwikkende treintocht huurden we twee auto’s waarmee we ons met de ferry lieten overzetten naar Moskenes, een stadje op het zuidelijke uiteinde van Lofoten. Door een enigszins matige planning dienden we nog een slordige 8 uur te wachten op onze ferry wat we vrij succesvol opvulden met pinten pakken. De huurauto’s waren trouwens gehuurd bij een firma met de weldoordachte naam ‘Rent a Wreck’, wat toch de staat van de auto’s benaderde, en waardoor we ook niet konden klagen erover. De overzet zelf duurde nog eens 4 uur, en na een spectaculaire zonsondergang (wel, niet echt ondergang in de strikte zin van het woord) met talloze eilanden aan de horizon, was iedereen opnieuw klaar voor een dutje. Het zou alvast een voorsmaakje worden van de schoonheid die we mochten aanschouwen.
Ik zal niet elke van de 7 dagen afzonderlijk bespreken, maar enkele dingen om te onthouden waren toch wel:

- Dat ondanks een erg gevuld en actief programma toch een paar dagen voorbij zijn gegleden al slenterend over plaatselijke marktpleintjes en al gestaag pinten pakkend op terrassen.
- Dat we zowel natuur, cultuur als ontspanning in het programma gestopt hadden, en er vrij goed in geslaagd zijn om alle aspecten aan bod te laten komen, getuige zowaar een dag met drie bezoeken aan kunstmusea.
- Dat onze slaapplaatsen uitstekend waren - tenzij die ene nacht waar Daniels onophoudelijke gesnurk me tot uiterste wanhoop dreef waardoor ik uiteindelijk de nacht in de auto doorbracht. Vaak waren het roodgeschilderde, in onbruik geraakte vissershutjes die getuigen zowel de rijke visgronden rond Lofoten als van een meer romantisch visserstiel als tegenwoordig. Lofoten staat trouwens grotendeels in het teken van visserij en toerisme, wat zich uit in grote massa’s stokvis die onthoofd hangt te drogen en doordringend te ruiken op houten constructies bij de zee. Een aparte sfeer.
- Dat alle zeemeeuwen en –vogels lijken te broeden op Lofoten, werkelijk het ene nest naast het andere vol krijsende beesten.
- Dat Daniels quotum van 400 foto’s per dag meestal probleemloos gehaald werd, al moet ik toegeven dat een rimpeling van het wateroppervlak of een ontluikend boomblad al genoeg was voor enkele foto’s.
- Dat Teresa zich af en toe terugtrok om zich voor te bereiden op haar examen Samische cultuur.
- Het sfeertje in ons reisgezelschap zalig was
- Dat Lofoten niet zonder reden de Scandinavische Carraïben genoemd wordt. Goudgele stranden, azuurblauw water. Vrij on-Noors, althans tot je je omdraait en sneeuw op de bergen achter je ziet, of een walk in het water waagt maar op moet geven omdat de koude je fysiek pijn begint te doen.
- De legendarische trollfjord en het bijhorende voederen van zeearenden echt niet zo spectaculair is, en de boottocht erheen veel langer en kouder dat wat je zou verwachten, maar desondanks valt er wel het een en ander te zien onderweg.
- Dat de zon nooit onderging, wat ons bioritme behoorlijk in de war bracht. Typisch voorbeeld:
“I’m hungry, anyone for breakfast?”
“Shouldn’t we go to sleep? It’s 3 a.m.”
“Nah, I’m not tired.”
- Dat een van de hoogtepunten een 6-uur durende hike was waar we begonnen aan de zee en enkele uren later in barre omstandigheden en numeriek uitgedund door metersdiepe sneeuw 1 van de mooiste plaatsen in Lofoten bereikten.
- Dat Lofoten echt wel zo mooi is als iedereen beweert, ook al klinken ze alsof ze overdrijven. De foto’s spreken eigenlijk voor zich.
- We uiteindelijk de reis afsloten in Tromsø, een magische plek waar men een geheel tunnelnetwerk heeft inclusief ronde punten en parkeerplaatsen. Een plek ook waar we de laatste uren in stijl doorbrachten in een verduisterd cafe na een 6 uur durende autorit door overwegend beboste leegte.

Noors woord van de maand:
Betong - beton

Nog wat links naar foto's van Trondheim:
http://no.wikipedia.org/wiki/Fil:Nidarosdomen_Trondheim_3.jpg
http://no.wikipedia.org/wiki/Fil:Bryggerekke_Nidelva.jpg

Saturday, 9 May 2009

Fra fjell til sjø (van berg naar zee)










Zo beschreef mijn promotor toch de jaarlijkse lentemigratie van het Noorse volk. Na een wintertje skiën en trekken in de bergen, kiezen ze in de lente volop het ruime zop van de Noordzee. Of zoals wij dit weekend, het iets minder ruime zop van een nabijgelegen meer om ‘på fisketur’ (op vistocht) te gaan. Ik hoop alvast dat we net dat ietsje meer vis bovenhalen dan tijdens mijn vorige ervaring, en tegelijk mijn enige viservaring tot dusver. Twee weken geleden trokken Yury (Russische collega) en ik er namelijk op uit om op een nabijgelegen zeeeiland te gaan vissen. Het eiland was ongeveer 2x2 km, en het vaste stramien was dat we telkens na ongeveer 15 minuten tevergeefs vissen op een plaats, ons dienden te verplaatsen naar een –volgens Yury- meer visrijke plaats. Na heel wat klauter- glijwerk (af en toe zelfs door mensen hun achtertuinen en voorbij waarschuwende borden) kwamen dan op de nieuwe plaats aan, om ons na 15 minuten tevergeefs hengelen opnieuw te verplaatsen. Het enige wat we uiteindelijk bovengehaald hebben waren stukken zeewier, en nadat ik een nogal groot stuk zeewier naar boven had gehaald grapte een voorbijkomende Noor onvermijdelijk dat ik het maar in de soep moest verwerken. Het concept van de vissport (op wat het nu eigenlijk allemaal slaat) heb ik in elk geval nog niet helemaal door, maar wat ik wel al goed kan is mijn nepvis met haak professioneel ogend in de zee werpen, en deze terug naar me toe halen. Wat ik ook al goed kan is argumenten aanhalen waarom er geen vis zit, hier is een greep uit mijn repertoire:
- Laagtij
- Barre, rotsachtige bodem
- Te koud water
- Te ondiep water
- In de lente zitten de meeste vissen dieper in de zee, uit de kust
- Te goed weer
- Niet goed genoeg weer
- Het broeikaseffect
- Nucleaire proeven in de Stille Oceaan
- De maanstand
- Het dragen van felgekleurde kleren
- Onze lijfgeur
- Een weinig realistische nepvis
- Te veel huizen in de omgeving
- Hongerige zeehonden
- Hogedrukgebied die de vissen verjaagt
- Verkeerd tijdstip in de dag, ook dit kan te vroeg, te laat, of niet vroeg/laat genoeg zijn
- Te veel zeevaart
- Overkieskeurige vissen
- Overluie vissen
- Het openen van de Noordoostelijke Doorvaart
- Overbevissing
- Zalmkwekerijen (nabijheid van, of eenvoudigweg bestaan van)
- Vervuiling
- Verschillende ingewikkelde viscomplottheorieën waarin ons praktisch in groep tegenwerken

Hoe dan ook, voor dit weekend ziet het er in elk geval veelbelovend uit volgens Yury, omdat het meer bekend staat om zijn grote visbestand, omdat vissen in een meer, veel meer dan vissen in de zee, ‘expertise’ vergt. Daarnaast zullen we, omdat we kamperen, ook idealerwijs ‘in the deep night’ kunnen vissen. Uit angst voor mijn nachtrust heb ik nog niet durven vragen wat hij zich precies daarbij voorstelt, maar in elk geval voorspelt het weinig goeds.
De Noorse kust hier rond Bergen staat trouwens vol met boothuizen, je kan nauwelijks een baai induiken zonder erop te stuiten, zodat ergens wel het openingsstatement van mijn promotor rechtvaardigd wordt. Maar voorlopig zitten de Noren nog voornamelijk in de bergen, aan het genieten van de laatste restjes lentesneeuw. Vorig weekend nog heb ik horden Bergnoren kunnen aanschouwen op een weekendtripje naar een hut in een ski/langlaufgebied op een uurtje van Bergen. Meer precies hoorde de hut toe aan het bedrijf waar de vrouw van een collega werkt (natuurlijk de rijkelijke olieindustrie), en kon je voor een prikje de hut afhuren voor het weekend en iedereen die je kende uitnodigen (waaronder ik). Nu was die hut niet zomaar een hut, maar wel een vrij luxueus geval (vloerverwarming, afwasmachine, breedbeeld TV, ...) met bijhorend spectaculair uitzicht. Dit is toch een van de voordelen van het werken in Noorwegen; naast spectaculaire voorwaarden voor zwangerschapsverlof (man en vrouw samen recht op 1 jaar zwangerschapsverlof, en mannen zijn verplicht minstens 6 weken op te nemen). Niet dat ik zelf direct ambities koester, wel dat mijn doctoraatscollega’s om de haverklap kinders lijken te werpen.


Wetenschapsquote van de maand:
“The most exciting phrase to hear in science, the one that heralds the most discoveries, is not "Eureka!" (I found it!) but 'That's funny...'”
- Isaac Asimov

Sportquote van de maand:
“Are you watching this? It's a disgrace! It's a fucking disgrace!”
- Didier Drogba over de gecontesteerde wedstrijdleiding van de arme Noorse scheids Tom Henning Øvrebø

Noors woord van de maand:
Sjalusi – Jaloersheid

Tuesday, 31 March 2009

Winterpret


















Nu in Bergen de sneeuw op de berghellingen geen verhaal meer heeft tegen de klimmende temperaturen en de primende lentestralen, richt ik me andermaal tot het lezend publiek.
De afgelopen weken stonden vooral in het teken van het werk met al te veel 11 uurs- dagen en 60-urige werkweken. Gelukkig, naast ook wat wetenschappelijke vooruitgang geboekt te hebben, maakte ik tijdens de weekends vaak gretig gebruik van mn vrije tijd om mn sneeuwmanmaak- en sneeuwbalgooivaardigheden, maar belangrijker ook mn langlaufvaardigheden op te krikken.

Zo zaten er een paar tripjes in naar de langlaufpistes hier in de buurt, maar ook een tweedaagse met mijn Duitse collega en zijn Russische vrouw naar een berggebied ver weg van alle menselijke activiteiten, met sneeuw, ijspegels en bevroren watervallen naar believen. Uiteindelijk vertrokken aan de rand van een bevroren meer met de ski’s, en na een dikke 4 uur klimmen en dalen (het klimmen trouwens met een soort zelfklevend tapijt onderaan de ski’s, dat je weerhoudt van achterwaarts naar beneden te glijden op al te steile hellingen. Vroeger gebruikte men hiervoor trouwens zeehondhuid, maar dat ligt heden ten dage wat gevoeliger dan vroeger, en bestaat er dit synthetisch alternatief) stonden we 800 meter hoger en aan de deur van een berghut. Deze had naar aloude Noorse traditie geen stromend water of elektriciteit, maar was gelukkig wel voorzien van bergen hout voor in de kachel. ’s Avonds werd het dan gezellig rond de kachel zitten, pintjes in de sneeuw buiten bij -15, en praten met Noren over hoe geweldig we allen de bergen, sneeuw, rust, ontelbare sterren en desolaatheid vinden.

Daarnaast liggen er ook ettelijke kilometers langlaufpistes in de omgeving van Bergen, en de makkelijkste te bereiken zijn die in Voss. Langlaufen op pistes is een ideale manier om je techniek wat te verbeteren, en om te sporten in wintertijd, als fietsen of lopen meer op masochistische slechte-smaak-kamikaze lijkt. Daarnaast is het ook een vrij efficiente manier om je te verplaatsen in de sneeuw (hoewel niet bijster efficient echter in het begin van het leerproces), en kan je makkelijk 15km per dag afleggen. Als dit je wat te veel lijkt, kan je altijd off-piste de diepere sneeuw opzoeken en beginnen ploeteren en wroeten wat meestal de gemiddelde snelheid drastisch naar omlaag haalt, zoals overtuigend aangetoond tijdens het onvergetelijke bezoek van Nicolaas en Pieter.

Naast een spectaculaire vooruitgang in mijn Noorse taalvaardigheden (de krant begint steeds leesbaarder te worden), was er ook nog de komst van de oudjes en vriendin. Na het afschuimen van de schilderachtige Noorse zuidkust, leidde de road trip landinwaards naar een appartement in een afgelegen en vrij ongerept skigebied in het prachtige Setesdalen, waar we 2 volle dagen bleven, eigenlijk tot we door het langlaufen genoeg blauwe plekken hadden opgelopen om de aftocht zonder gewetensbezwaren te kunnen blazen. Onversneden fun.


Quote van de Maand:
"If we knew what it was we were doing, it would not be called research, would it?"
- Albert Einstein

Sportquote van de Maand:
"We hebben goed gespeeld."
- René Vandereycken

Track van de Maand:
Change Channel – Lo-Fi-Fnk

Noors woord van de Maand:
Svømmebasseng - Zwembad

Thursday, 8 January 2009

Desolate sneeuwlandschappen












Nu het in België letterlijk stukken van mensen vriest (toch voor degenen die piercings dragen), weet ik zeker dat het geen probleem zal worden om zich in te leven in mijn weekend in Finse half december. Finse is het hoogste treinstation in heel Noorwegen, en slechts twee uurtjes sporen van Bergen, maar waarom per se daar een trein hoeft te stoppen is me tot op heden niet helemaal duidelijk. Rond het treinstation heb je een paar hutjes, een hotel of twee en een toeristische dienst. Verder helemaal niets. Zelfs geen wegen, tenzij voor fietsers, maar daarvan viel half december bijzonder weinig te merken, want de grond lag bedekt met een sneeuwlaag waarvan we in drie dagen niet het einde van gezien hebben. Niet bepaald de meest uitnodigende omgeving voor fietsers dus. Al bij het uitstappen vanuit de trein werd het duidelijk dat het een pittige strijd tegen de natuurelementen zou worden. -15 graden bijtende koude, sneeuw en mist. Zichtbaarheid behoorlijk beperkt. Dan maar op kaart en kompas richting hutje beginnen trekken dat we voor een habbekrats via de unief hadden gehuurd voor 3 dagen en 2 nachten. Het hutje bevond zich op ongeveer 800m van het treinstation, maar daar we het nogal uitputtend vonden om de drie stappen tot onze heupen in de sneeuw te zakken, keerden we op onze passen terug om in het ‘dorp’ sneeuwschoenen te halen. Door de geringe toeristische belangstelling in Finse deze tijd van het jaar echter, was de toeristische dienst daar gesloten, en stilaan begonnen we te vermoeden waarom we de hut van de unief slechts voor een habbekrats konden afhuren. Er was geen kat geïnteresseerd om deze tijd van het jaar naar een ongastvrije sneeuw-en ijswoestijn af te zakken. Het was dus niet voor niets dat de befaamde ontdekkingsreiziger Robert Scott uitgerekend hier kwam trainen voor zijn laatste expeditie naar Antarctica (een expeditie om als eerste de Zuidpool te bereiken, een race die hij trouwens verloor tegen de Noor Roald Amundsen). Sneeuwschoenen konden we uiteindelijk bemachtigen nadat we een of andere dorpsbewoner aanspraken die blijkbaar de sleutels van de toeristische dienst op zak had, en nadat Marek de Duitser zijn charmes gebruikt had, konden we die zelfs gratis gebruiken. Met de sneeuwschoenen stonden we in geen tijd (de talrijke fotopauzes niet meegerekend) aan het hutje (met ontelbare ijspegels aan het dak trouwens) en stilletjes aan begon zowaar de zon door de wolken te priemen. Na 15 minuten van beurtelings hete adem hijgen op het bevroren hangslot verkregen we uiteindelijk de toegang tot ons stekje. Je deur halfweg in tweeën zagen in deze koude streken is trouwens een totale aanrader, nu weet ik waarom. Het meest geprezen meubelstuk werd de stoof met onuitputtelijke houtvoorraden, het meest verguisde de toiletemmer met bijhorende tragischhilarische momenten. Tot stromend water hadden we geen toegang binnendeurs, maar elektriciteit was er gelukkig wel. Gelukkig voor ons was er een snelstromende rivier net buiten aan het hutje, die weigerde te bevriezen zelfs bij -15. Zo koud was het, dat tijdens het korte stukje tussen de hut en de rivier, zich immer een ijslaag vormde op het water in de emmer. De eerste halve dag hielden we ons verder bezig met het bouwen van een iglo (die helaas nooit helemaal klaar zou raken, ksteek het op het feit dat het al donker werd rond 4en), en het uiten van ongenoegen over het feit dat ik de muziekboxen om aan de sluiten op de mp3 speler vergeten was. Gelukkig voor mij en mijn gezondheid, was er ter plekke een radio. Klein minpuntje hierbij was echter dat er slechts een post ontvangen kon worden, namelijk de vervloekte 99,7FM, die een interessante aanbod had qua muziekstijl, maar helaas een veel te beperkt, zodat we op het einde van ons trip gevaarlijk dicht bij een zenuwinzinking stonden die getriggerd kon worden door verschillende plaatjes. Avonden werden netjes opgevuld met uitgebreid dineren en drinken. Voor de overige twee dagen ondernamen we telkens een stevige tocht door het desolate sneeuwlandschap (op een paar zeilskiërs na). Marek en Karlien op sneeuwschoenen, en ik op ski’s. Finse is trouwens het gebied waar Star Wars Episode V werd geschoten (herinner je de epische veldslag (de veldslag van de planeet Hoth) in het buitenaards aandoende sneeuwlandschap, inclusief de majestueuze AT-AT walkers), dus valt het niet te verwonderen dat het voor mij, een simpele Belg die al viaducten en lintbebouwing als natuur beschouwt, het landschap bijzonder exotisch of zelfs buitenaards aandeed. Over mijn eerste wedervaren op ski’s sinds 12 jaar zal ik niet al te veel vrijgeven, behalve het ontzettend lollig was, en fysiek lastiger dan gedacht, vooral bergop dan.